Bedrijfsprofiel | Vacatures | Persberichten | Referentieprojecten | Partners & Links | Contact

Solar Basics


Zonnestroom: schoon, stil en duurzaam

Het produceren van zonnestroom veroorzaakt geen vervuiling, uitstoot van broeikasgassen en het verbruikt geen eindige voorraden fossiele grondstoffen. Dat zijn grote voordelen voor het milieu. Maar net zoals men zegt: “it takes money to make money”, geldt ook voor de productie van zonnepanelen: “it takes energy to save energy”. Hoe lang moet een zonnestroomsysteem nu in werking zijn om de energie- en daarmee gepaard gaande vervuiling- , benodigd voor de eigen productie, weer terug te verdienen? De terugverdientijd in Nederland in termen van energie van een zonnestroomsysteem ligt rond de 2,5 jaar. Gedurende zijn levensduur produceert een zonnestroomsysteem dus zo’n 12 keer de hoeveelheid energie die nodig was om het systeem te produceren. In dit hoofdstuk vindt u meer technische informatie over zonnecellen, panelen, zonnestroomsystemen en antwoord op de meest gestelde vragen.
 

Zonnecellen

Zonnepanelen


Opbrengst en Instraling
     

Zonnestroomsystemen

FAQ
   

Zonnecellen

Het proces waarmee een zonnecel licht omzet naar elektriciteit heet fotovoltaïsche omzetting: de omzetting van licht naar elektriciteit. Veelgebruikt is de afkorting “pv”, dat stamt van het Engelse “photovoltaic”. Het proces van fotovoltaïsche omzetting berust op het principe dat elektriciteit gaat stromen tussen twee niet identieke halfgeleiders als deze met elkaar in contact worden gebracht, en worden blootgesteld aan licht.  De meest gebruikte zonnecel is gemaakt van silicium. Silicium is een halfgeleidermetaal dat op aarde in grote hoeveelheden voorkomt: de grondstof is zand.

Het gebruikte silicium bestaat uit twee verschillende geprepareerde lagen. In de ene laag is een zeer kleine hoeveelheid fosfor aangebracht, in de andere laag een kleine hoeveelheid borium. Tussen deze twee lagen bevindt zich een scheidingslaag. Aan de voorzijde van de cel zijn dunne contactbanen aangebracht, aan de achterzijde van de cel een dun metalen laagje (meestal zilver of nikkel). Onder invloed van licht worden er elektronen in de zonnecel losgemaakt en ontstaat er een spanningsverschil tussen de “min” (voorcontact) en de “plus” (de achterzijde van de cel). Hierdoor gaat er een elektrische stroom lopen. Voor het op gang komen van het fotovoltaïsche proces is niet persé direct zonlicht nodig. Ook op een bewolkte dag levert een zonnecel elektriciteit.  




De huidige zonnecellen worden vervaardigd uit silicium. Er zijn drie verschillende typen cellen te onderscheiden:


 


Mono-kristallijne zonnecellen zijn gemaakt van siliciumplakken, die uit een groot donkerblauw “monokristal” zijn gezaagd. Dit kristal is gecontroleerd afgekoeld waardoor een gelijkmatigere structuur is ontstaan dan bij poly- of multikristallijne cellen.  

Poly-kristallijne zonnecellen (ook wel multikristallijn genoemd) zijn ook gemaakt van siliciumplakken, die uit een groot donkerblauw kristal zijn gezaagd. Het rendement van deze cellen ligt over het algemeen iets lager dan dat van mono-kristallijne zonnecellen.

Amorf silicium wordt niet zoals beide voorgaande kristallijnmaterialen uit een blok silicium gezaagd, maar wordt op een ondersteunend materiaal “opgedampt”. Door het gebruik van relatief weinig silicium ligt de opbrengst lager dan bij de kristallijne panelen. 

Celtype

Mono-kristallijne panelen

Poly-kristallijne panelen

Amorf silicium panelen

Afkorting

mono-Si

poly-Si of multi-Si

amorf-Si (dunne film)

Materiaal

star

star

flexibel / star

Productieproces

zagen siliciumplakken

gieten

opdampen: weinig silicium en simpel proces

Marktaandeel

85 %

15 %

Rendement

15 %

14 %

  6 - 8 %

Kleur

donkerblauw / antraciet

blauw

zwart / bruin / goud


Zonnepanelen
 

Zonnepanelen ofwel modules, zijn er in diverse soorten, maten en merken. De mondiale ontwikkeling in de zonne-energiebranche staat niet stil. Er wordt gewerkt aan vele soorten technieken om het zonlicht efficiënt om te zetten in elektriciteit. De meest gangbare technieken worden hieronder beschreven.  
Een zonnepaneel is vaak opgebouwd uit een verzameling zonnecellen, bijvoorbeeld 72 stuks. Afhankelijk van welk type cel er gebruikt is ontstaan er mono- of multikristallijne modules. De productiemethode van mono- of multikristallijne modules is nagenoeg gelijk.

 

Productieproces kristallijne zonnepanelen
Eerst worden alle cellen met behulp van gesoldeerde ribbons met elkaar doorverbonden. Dit wordt ook wel ‘stringen’ genoemd. Afhankelijk van het aantal cellen dat aan elkaar wordt doorverbonden wordt, levert een paneel gelijkstroom van 12 V, 24 V of 36 V.  

Vervolgens worden de cellen op een soort ‘versmeltfolie, EVA, gelegd. Het EVA wordt vervolgens met de cellen op een glasplaat gelegd. Daarbovenop komt weer een folie, zogenaamd tedlar. Tedlar is de folie die u ziet als u de achterkant van een paneel bekijkt. Het is ook aan de voorkant, tussen de cellen door zichtbaar. Tedlar is er in verschillende kleuren, doorgaans wordt wit gebruikt. Maar ook is doorzichtige tedlar mogelijk. 

Het geheel gaat vervolgens in een laminator, een soort groot wafelijzer. Daar wordt alles tesamen verhit zodat alles met elkaar versmelt en er één geheel ontstaat.  

Daarna worden de meeste panelen voorzien van een aluminium frame. Dit frame vergroot de bevestigingsmogelijkheden. Een zonnepaneel zonder frame wordt ook wel een laminaat genoemd. Laminaten worden met name in dakgeïntegreerde systemen gebruikt (waarbij de zonnepanelen als dakbedekking functioneren).  

Achterop komt de junctionbox. Daarin zijn ondermeer de diodes verwerkt en uiteindelijk komen daar de plus- en de minkabel uit. Deze kabels zijn vaak voorzien van connectors zodat de panelen eenvoudig aan elkaar of aan de omvormer verbonden kunnen worden.  Alle panelen worden geflashed. Dat is een test waarbij het paneel wordt blootgesteld aan een afgemeten bundel licht in een geconditioneerde omgeving. Het vermogen dat het paneel dan afgeeft is bepalend voor de classificatie van het paneel. Dus dat resulteert er in of een paneel een 165 Wp of een 155 Wp of juist een 175 Wp paneel wordt. Deze meetresultaten worden vastgelegd in zogenaamde flashtestdata. Alle panelen hebben een uniek serienummer. De flashtestdata geven exact van dàt paneel het vermogen weer.

 

Afmetingen van een zonnepaneel
De afmetingen van zonnepanelen lopen enorm uiteen. In een rekenmachientje worden bijvoorbeeld enkele hele kleine zonnecellen gebruikt. Maar inmiddels worden er ook panelen van 2 bij 2 m geproduceerd. Fabrikanten hanteren vaak standaardmaten. Productie van speciale maten is mogelijk, maar hier worden speciale prijzen voor gehanteerd. Stroomwerk heeft voor een project het grootste 2 panelen ooit laten maken; ieder paneel was 3 m hoog en 1,5 meter breed en ze dienen nu als dak van een wachthuisje!

   

Doorzichtmodules
S
ommige architecten kiezen vanwege esthetische redenen er soms voor om doorzichtige zonnepanelen te gebruiken in een ontwerp. Het effect van de vierkante schaduwvlakjes is erg herkenbaar.

De producent van het paneel kan dan bijvoorbeeld doorzichtige tedlar gebruiken om dit effect te verkrijgen. Ook is het mogelijk om in plaats van tedlar, een tweede glaslaag te gebruiken, zogenaamde glas-glas modules. Deze modules zijn mechanisch sterker, maar ook zwaarder. De junctionbox is vervallen, omdat deze anders zichtbaar zou zijn. Doorzichtmodules zijn vaak aanzienlijk hoger geprijsd dan standaard zonnepanelen. Deze panelen hebben tevens een isolerende functie omdat ze gebruikt worden als ‘dubbel-glas’.

 

Amorf silicium modules
Ook hier wordt silicium als basis grondstof gebruikt, maar er worden geen cellen van gemaakt. De grondstof wordt rechtstreeks op een ondergrond gedampt. Met glas als ondergrond krijg je amorf zonnepanelen. Wordt bijvoorbeeld een plastic folie gebruikt, dan heb je een flexibel zonnepanelen, of zelfs zonnepanelen op een rol! Deze, goedkopere techniek biedt vele mogelijkheden.

Het nadeel van deze techniek is dat een vierkante meter amorf slechts circa de helft aan vermogen levert dan een vierkante meter mono- of mulitkrijstallijn zonnepaneel. Dus om hetzelfde vermogen te realiseren heb je twee keer zo veel oppervlakte/installatiekosten nodig. Amorf silicium techniek wordt ook wel dunne film genoemd. Een voordeel is dat amorfe panelen bij ‘grijs’ weer, het relatief beter doen dan kristallijne panelen. 

Garanties bij kristallijne panelen
Zonnepanelen hebben twee soorten garantie; productgarantie en vermogensgarantie:

Productgarantie: dit kunt u vergelijken met de garantie die u anders ook krijgt als u een product koopt. Bijvoorbeeld een broodrooster heeft 1 jaar productgarantie. De meeste zonnepanelen hebben 2 jaar productgarantie.

Vermogensgarantie: is een garantie die alleen bij zonnepanelen wordt gegeven. Dat zit zo: Zonnepanelen zetten licht om in elektriciteit. In dat licht zitten ook UV stralen. UV stralen breken verbindingen af. De afbraak die UV straling bewerkstelligt is langzaam. Het vermogen van een zonnepaneel neemt daarom af met de jaren, gemiddeld ongeveer 0,5% per jaar. Doorgaans geven producenten 25 jaar vermogensgarantie op 80% van het nominaal vermogen.





Zonnestroomsystemen

Een zonnepaneel maakt altijd deel uit van een zonnestroomsysteem, waarin nog meer componenten zijn verwerkt zoals bijvoorbeeld kabels, omvormers, accu’s, een spanningsregelaar en een draagconstructie. Een los zonnepaneel functioneert namelijk niet. Afhankelijk van de elektriciteitsbehoefte wordt een type systeem samengesteld. Grofweg zijn er twee soorten systemen:

  • autonome systemen, ook wel stand-alone systemen genoemd

  • netgekoppelde systemen

Autonome zonnestroomsystemen
Autonome zonnestroomsystemen worden daar gebruikt waar een elektriciteitsnet ontbreekt of waar een aansluiting te duur is en er toch behoefte bestaat aan elektriciteit. Soms voorzien dieselaggregaten dan in de stroom. Maar lang niet altijd zijn deze aggregaten technisch niet inpasbaar of zijn de ‘bijwerkingen’ (lawaai, aanvoer diesel, uitstoot) niet gewenst. Zonnepanelen vormen dan een duurzaam, onderhoudsvrij en zeer betrouwbaar alternatief. Denk bijvoorbeeld aan afgelegen gebieden in Afrika, boeien in zee, in de ruimte vaart, op schepen etc. Maar er zijn ook mobiele lichtmasten, parkeermeters en waterpompsystemen die functioneren op zonnestroom.


De overdag geproduceerde elektriciteit wordt opgeslagen in accu’s, zodat ook ‘s avonds en ‘s nachts de elektriciteit gebruikt kan worden. De accu’s moeten n
atuurlijk wel voldoende capaciteit hebben om een paar donkere dagen te overbruggen, voornamelijk in de wintermaanden. Een laadregelaar is onontbeerlijk bij een autonoom systeem; hij regelt de laad- en ontlaadstroom naar de accu’s.

De accu’s leveren 12 V. Er bestaan speciale lampen, koelkasten, pompen die op 12 V voeding functioneren.

Autonome zonnestroomsystemen worden niet gebruikt als algemeen elektriciteitsproductiemiddel waarbij gestreefd wordt naar een maximale jaaropbrengst. Centraal bij dit systeem staat een optimale leveringszekerheid over het jaar.  
 

Netgekoppelde zonnestroomsystemen
Netgekoppelde zonnestroomsystemen staan in verbinding met het elektriciteitsnet. Een omvormers, ofwel inverter, zet de gelijkspanning die door de zonnepanelen wordt opgewekt, om in de juiste spanning (230 Volt wisselspanning).

Op het moment dat een huis meer elektriciteit nodig heeft dan de zonnepanelen op dat moment produceren, dan wordt het tekort aangevuld vanuit het elektriciteitsnet.

Wanneer het “zonnestroomaanbod” groter is dan de vraag van een huishouden, bijvoorbeeld tijdens afwezigheid in de vakantieperiode, dan wordt het overschot teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. De elektriciteitsmeter draait dan terug*.  

Mocht het elektriciteitsnet door wat voor een reden dan ook uitvallen, dan schakelt het zonnestroomsysteem zichzelf om veiligheidsredenen uit. Het is dus niet zo dat u met een netgekoppeld zonnestroomsysteem onafhankelijk bent van het elektriciteitsnet.
 

  

Toepassingen
Zonnestroomsystemen zijn er in vele soorten en maten. De zonnestroomsystemen worden vaak naar toepassingsgebied gerubriceerd. De verschillende toepassingsgebieden zijn autonome systemen voor consumenten, autonome systemen voor professioneel gebruik en netgekoppelde zonnestroomsystemen voor gebouwen en andere constructies. In onderstaande tabel zijn voor elke toepassingscategorie enkele typische voorbeelden genoemd.

 

Toepassingscategorie

Voorbeelden

Autonoom “consumenten”

Tuinhuisjes, caravans, woonboten, afgelegen huizen

Autonoom “professioneel”

Veedrinkbakken, openbare verlichting, praatpalen, boeien, bakens, sluizen

Netgekoppeld

Decentrale elektriciteitsopwekking op woningen, gebouwen en andere constructie (o.a. geluidsschermen en centrales op de grond)

*Mits uw elektriciteitsmeter daarvoor geschikt is. De meeste draaispoelmeters draaien terug, tenzij hij voorzien is van een teruglooppal. Elektronische meters lopen helaas niet terug. In dat geval moet er een digitale meter geïnstalleerd worden die ook de teruglevering kan registreren. U kunt daarvoor contact opnemen met het energiebedrijf. Wie particulier een klein vermogen in zonnepanelen aanschaft (tot circa 500Wp), ziet overigens zijn meter niet zo snel teruglopen. In huis gebruiken vrijwel altijd een paar apparaten elektriciteit, bijvoorbeeld een koelkast, wekker of videorecorder. Zulke “sluipverbruikers” gebruiken ruim 600 kWh per jaar.



Opbrengst en zoninstraling

De hoeveelheid zonne-energie die de aarde bereikt is enorm. In één uur onderschept de aarde een energiestroom die overeenkomt met het jaarlijkse wereldenergieverbruik. Nederland ontvangt jaarlijks een hoeveelheid zonne-energie die overeenkomt met ruim 500 maal ons jaarlijkse elektriciteitsverbruik en bijna 60 maal ons totale jaarlijkse energieverbruik! De hoeveelheid energie die een zonnepaneel hiervan produceert is afhankelijk van drie factoren: de oppervlakte van het paneel, het rendement van het paneel en de instraling van de zon. 

Opbrengst
Om een heldere uitspraak te kunnen doen over het vermogen van een zonnepaneel wordt gerekend met het piekvermogen van een paneel. Dit is het maximale elektrische vermogen dat een zonnepaneel bij een bepaalde zoninstraling, onder vastgestelde condities kan leveren. Het wordt uitgedrukt in Wattpiek (Wp). Er zijn zonnepanelen met allerlei vermogens, van 10 Wp tot ruim 200 Wp. In de zonnestroom almanak vindt u een overzicht van alle voor zonnestroom gebruikte maten en getallen. 

In Nederland levert een autonoom zonnestroomsysteem van 4 m2 ongeveer 160 kilowattuur (kWh) per jaar. Een netgekoppeld zonnestroomsysteem van dezelfde afmeting levert in Nederland ongeveer 320 kWh per jaar. De energie-opbrengst van een netgekoppeld zonnestroomsysteem van 4 m2 komt overeen met 10% van het gemiddeld huishoudelijk elektriciteitsverbruik of met het verbruik van een koelkast. 

Het verschil in opbrengst tussen de twee verschillende zonnestroomsystemen komt door het gebruik van de accu bij een autonoom systeem; wanneer de accu vol is, worden de zonnepanelen uitgeschakeld zodat er geen zonlicht meer omgezet wordt in elektriciteit.
 

De opbrengst van een zonnepaneel is afhankelijk van de hellingshoek van het paneel en de richting waarin het paneel staat. Welke hellingshoek optimaal is voor een zonnestroomsysteem hangt af van de toepassing en de plaats. Het paneel van een systeem dat de grootste energievraag in de winter heeft, kan het best op de “winterstand” staan, dat wil zeggen onder een hoek van ongeveer 70 graden op het zuiden. De zon staat in de winter immers lager aan de hemel.  In Nederland wordt de maximale opbrengst op jaarbasis gehaald met een paneel dat recht op het zuiden is gericht onder een hoek van 36 graden. Nu beschikt natuurlijk niet iedereen over een dak recht op het zuiden, waarop de panelen geplaatst kunnen worden. Dat hoeft echter geen probleem te zijn. Waar het op aankomt is een zo goed mogelijke hellingshoek te zoeken bij de beste oriëntatie. Deze optimale hellingshoek kunt u opzoeken in een instralingdiagram. Bij een oriëntatie tussen het zuidoosten en het zuidwesten is er steeds een dakhelling te vinden waarop de jaarlijkse zoninstraling zo’n 95% van de maximale instraling is. Is de oriëntatie oost of west, dan is met een dakhelling van 20 graden nog altijd 80 à 85 % van het maximum haalbaar.


 

maand

dagen

uren zonneschijn in normjaar

energieopbrengst normjaar in procenten

januari

31

69,9

3,41%

februari

28

97,2

5,16%

maart

31

126,9

7,91%

april

30

168,5

11,24%

mei

31

202,6

12,41%

juni

30

204,1

13,22%

juli

31

204,4

11,55%

augustus

31

201,5

11,78%

september

30

141,3

9,75%

oktober

31

117,2

6,42%

november

30

68,0

3,82%

december

31

56,7

3,33%

totaal

365

1658

100%

 

Instralingdiagram
Het instralingdiagram toont de gemiddelde jaarlijkse zoninstraling voor verschillende vaste hellingshoeken en oriëntaties, uitgedrukt in percentages van de maximale instraling. Zo is af te lezen dat de instraling op een plat vlak (het middelpunt van de cirkel) ongeveer 85% van de maximale instraling bedraagt. In Nederland wordt het maximum, ruim 1100 W/m2, bereikt onder een hoek van 36° op het zuiden. Het diagram is geldig voor West-Europa van Denemarken tot Noord-Spanje.



FAQ

Hier vindt u de antwoorden op veel gestelde vragen over zonnestroomsystemen 

1) Is stroom opwekken met een zonnepaneel voordelig?

Zonder financiële stimuleringsmaatregel (subsidie, opwekvergoeding, …) is het lastig om een zonnestroomsysteem binnen een redelijke termijn terug te verdienen.
Met subsidie kan een doe-het-zelf zonnestroomsysteem ruim binnen de vermogensgarantietermijn (meestal 25 jaar) van de panelen worden terugverdiend. Dit betekent dat u uiteindelijk niet duurder uit bent dan met gewone stroom. Het verschil zit hem in de investering die men van tevoren moet maken voordat de apparaten in huis op zonnestroom werken. Met een eigen zonnestroomsysteem investeert u natuurlijk ook in het milieu. Een zonnestroomsysteem met een paneeloppervlak van 24 m2 scheelt zo’n 1.000 kg CO2 in de atmosfeer per jaar. Bovendien wordt u beheerder van uw eigen energiecentrale. De prijzen voor “reguliere” elektriciteit zullen de komende jaren blijven stijgen door toenemende milieuheffingen, de voorraden fossiele brandstoffen zullen schaarser worden. Zodra u een zonnestroomsysteem eenmaal heeft aangeschaft, heeft u verder nagenoeg geen kosten meer.

2) Hoeveel levert een zonnepaneel eigenlijk op?

In Nederland bedraagt de opbrengst van een zonnepaneel van 145 Wp ongeveer 109 kWh per jaar. Een systeem met vier (580 Wp) panelen levert dus zo’n 435 kWh per jaar, wat overeenkomt met ruim 13 % van het gemiddeld huishoudelijk elektriciteitsverbruik.

3) Als de zon niet schijnt, heb ik dan stroom?

Ja, een zonnepaneel werkt ook op diffuus licht. Diffuus licht is zonlicht dat niet direct de aarde bereikt, bijvoorbeeld doordat het bewolkt is, maar door de dampkring wordt geabsorbeerd en weerkaatst. De opbrengst is in de volle zon met van die reflecterende witte schapenwolken, het hoogst. 

4) Loopt de elektriciteitsmeter werkelijk terug?

Bijna alle elektriciteitsmeters lopen terug, zolang uw huis minder elektriciteit gebruikt dan de zonnepanelen opwekken. ‘Oude’ meters met een draaischijf lopen terug tenzij ze zijn voorzien van een teruglooppal. Digitale meters lopen over het algemeen niet terug, maar de nieuwste modellen kunnen de terug geleverde energie wel registreren. Wie een klein aantal modules aanschaft, ziet zijn meter uiteraard minder snel teruglopen. Wel is het belangrijk het zogenoemde “sluipverbruik” in huis aan te pakken: apparaten die continu stroom verbruiken zoals de deurbel, koelkast, vriezer, wekkers, de tv en de videorecorder (als die stand-by staan). Zulke “sluipverbruikers” verbruiken gemiddeld 25 watt en daarmee ruim 250 kilowattuur per jaar. 

5) Heb ik voor zonnepanelen vergunningen nodig?

Vanaf 1 juli 2002 is voor het plaatsen van zonnepanelen geen gemeentelijke vergunning meer nodig, m.u.v. plaatsing op gebouwen die onder de monumentenzorg of beschermd stad/dorpsgezicht vallen. Daarnaast zijn er enkele redelijke richtlijnen waar je rekening mee moet houden.  

6) Moet het paneel per se op het zuiden worden gericht?

Nee. Het zuiden is wel de meest optimale plaats voor het paneel, maar er is een grote marge mogelijk in westelijke en oostelijke richting. Het noorden is geen geschikte locatie voor een zonnepaneel. 

7) Wat is de garantie van een zonnepaneel?

De meeste zonnepanelen hebben een garantie van 12 jaar op 90% van het vermogen tot 25 jaar op 80% van het vermogen. De productgarantie is meestal 2 jaar. Omvormers hebben garanties die uiteenlopen van 1 tot 5 jaar. 

8) Zijn de panelen bestand tegen het weer in Nederland?

Ja. Als de panelen op de juiste manier worden bevestigd, zijn ze bestand tegen extreme weersomstandigheden. Dus ook tegen storm, hagel, sneeuw en zware vorst. 

9) Is het installeren van zonnepanelen op het dak moeilijk?

Nee. Met behulp van een goede handleiding en de bevestigingsmaterialen kan in principe iedere doe-het-zelver zonnepanelen op het dak aanbrengen. Zonnepanelen monteren op een schuin dak vraagt iets meer handigheid en vereist enige veiligheidsmaatregelen. Als u er tegen opziet, kunt u de panelen natuurlijk ook laten installeren.

10) Hoe weet ik of de panelen stroom leveren?

Als u een opbrengstmeter plaatst, weet je precies hoeveel stroom de panelen leveren. Anders kunt u ook uw elektriciteitsmeter bekijken bij mooi weer, of nadat alle elektrische apparaten in huis zijn uitgeschakeld.  

11) Kan ik subsidie krijgen als ik zonnepanelen aanschaf?

Voorheen was er de Energiepremieregeling waarmee particulieren subsidie ontvingen op de aanschaf van zonnepanelen. Sinds januari 2004 is deze regeling helaas niet meer van toepassing en zijn we in afwachting van een nieuwe regeling.

12) Kunnen zonnepanelen op elk type dak worden gemonteerd?

Haast alle soorten daken zijn geschikt voor zonnepanelen. Zo bestaan er zelfs speciale constructies voor golfplaten daken en voor hellende bitumen daken. Voor rieten daken en leien daken hebben we geen bevestigingsmateriaal.  






13) Moet het paneel schoon gehouden worden of onderhouden worden?

Nee. Door de schuine opstelling en de afwerende laag op het zonnepaneel is het paneel zelfreinigend. Als u echt zelf wilt reinigen, doet u dit dan met een milde, liefst natuurlijke zeep. 

14) Zijn er aanpassingen nodig aan mijn woning of aan mijn elektrische installatie?

Uw woning en elektrische installatie hoeven nauwelijks te worden aangepast als u (netgekoppelde) zonnepanelen neemt. De panelen kunnen bovenop de pannen gemonteerd worden, zonder aanpassingen aan de constructie. Bij een plat dak worden ze op verzwaarde constructie gemonteerd, die los op het dak komt te staan. Als u meer dan 600 Wp aan panelen neemt, moet er een extra groep worden aangelegd in uw meterkast of wellicht heeft u nog een vrije groep over. Verder hoeft er alleen maar een kabel te worden getrokken van de panelen naar het dichtstbijzijnde geaarde stopcontact of naar de meterkast.  

15) Hoe wordt het snoer doorgevoerd in de woning?

Bij een pannendak boort men een gat onder de pannen. Bij een platdak opstelling is het verstandig het snoer door de verticale wand door te voeren. 

16) Zijn mijn panelen (met het huis) meeverzekerd?

Het is raadzaam contact op te nemen met uw verzekeringsagent om te informeren of uw panelen apart verzekerd moeten worden of dat ze bij de opstalverzekering meeverzekerd kunnen worden.  

17) Loop ik extra gevaar voor bliksem inslag?

Nee. De kans hierop neemt niet toe. Een zonnepaneel is als dubbel geïsoleerd te beschouwen. Bij grote installaties zijn extra bliksemafleiders nodig om geen spanningsverschil tussen de verschillende panelen te veroorzaken bij inslag nabij de zonnepanelen.  

18) Worden de zonnepanelen in de toekomst niet veel goedkoper?

De vraag naar zonnepanelen stijgt de laatste jaren aanzienlijk. De productiecapaciteit van de producenten van zonnepanelen kan echter niet zomaar worden uitgebreid, en loopt dus achter op de stijgende vraag. Daardoor zullen de prijzen, volgens mensen in de zonnepanelenbranche, in eerste instantie eerder wat stijgen dan dalen. Als de productiecapaciteit is uitgebreid kunnen de prijzen weer gaan dalen. Tegen die tijd zullen echter de (overheids-) subsidies ook afnemen.